Traditionele kerkmuziek niet inruilen voor religieuze popmuziek

Geschrieben von am 27. Juli 2017 | Abgelegt unter Kirchenmusik

LOCHEM   Moet de kerk ruimte bieden aan religieuze popmuziek in de eredienst? Kerkmusicus Dirk Zwart formuleerde een protestants neen op die vraag.

Zwart schreef een artikel over de kwestie in het decembernummer van Theologisch Debat onder de titel ”Botsende culturen in de kerkmuziek”. Hij signaleert dat de populaire muziek, ook in de traditionele kerken, gaandeweg terrein wint: Na de beatmissen en de combo’s van de jaren zeventig zijn het nu de praisebands en muziekgroepen die vooral in jeugddiensten, maar daar niet alleen de begeleiding verzorgen van een liedrepertoire bestaande uit gospel, opwekking en Psalmen voor Nu.
Dat roept vaak discussie en weerstand op.

dirk-zwart-piano

In zijn beantwoording van de vraag hoe we in onze belevingscultuur om moeten gaan met de controverse tussen de traditionele kerkmuziek en de evangelicale (pop)muziek in de kerk, gaat Zwart uit van het onderscheid tussen hoge en lage kunst en cultuur. In mijn optiek is klassieke muziek in algemene zin beter dan popmuziek. Onder klassieke muziek verstaat hij dan alles van oude muziek (middeleeuws, renaissance, barok) tot hedendaagse muziek, of dat nu avantgarde of nieuwe spiritualiteit Pärt en Gorecki is. Zeg maar: Radio 4 Popmuziek omschrijft Zwart als alles tussen Beatles en Stones, tussen disco en techno, tussen reggae en rap, tussen levenslied en singer-songwriter. Zeg maar: Radio 3.

Daarbij is klassiek beter dan pop: Klassieke muziek heeft meer kwaliteit en diepgang dan popmuziek, of beide nu als luistermuziek of als amusement zijn bedoeld. Dat geldt ook voor het klassieke kerklied tegenover het religieuze popliedje: het eerste heeft meer muzikale middelen tot zijn beschikking, is verfijnder in zijn expressie, subtieler in zijn uitdrukkingsmogelijkheden. De klassieke muziek is in melodisch, harmonisch en ritmisch opzicht rijker dan het popliedje, dat in muzikaal opzicht doorgaans veel simpeler is.Anders gezegd: Klassieke muziek heeft een groter vermogen tot het genereren van betekenis dan popmuziek.

Popmuziek is de dominante muzikale cultuur in het leven van veel mensen, weet Zwart. Maar moet dat dan om die reden ook de dominante muzikale cultuur in de kerk zijn? Hoe zit het met die, zeg, 20 procent voor wie klassieke muziek de dominante muzikale cultuur in hun leven is? Geldt hier de macht van het getal? Op deze manier sluit je net zo goed mensen uit. En gesteld dat inderdaad voor 80 procent van de mensen popmuziek de dominante muzikale cultuur in hun leven is, dan wil dat nog per definitie niet zeggen dat je die muziek ook in de kerk moet praktiseren. Het zou zelfs een argument kunnen zijn tegen popmuziek in de kerk. Dat ligt aan je visie op wat de kerk zou moeten zijn. Je zou er de mening op kunnen nahouden dat je in dit opzicht juist onderscheid moet aanbrengen tussen kerk en wereld, en dat de kerk er een eigen muzikale stijl op zou moeten nahouden.

Zwart verzet zich ook tegen de gedachte dat de klassieke kerkmuziek niet laagdrempelig zou zijn. Het klassieke kerklied varieert in moeilijkheidsgraad, maar is in principe altijd gecomponeerd voor het muzikaal ongeschoolde volk in zijn volle breedte, en is altijd desnoods na enige oefening of herhaling,  uitstekend zingbaar voor jong en oud, laag of hoog opgeleid. De teksten vereisen vaak enige onderlegdheid in het geloof om ten volle te kunnen worden begrepen, maar in muzikaal opzicht is het klassieke kerklied naar zijn aard misschien niet naar ieders smaak, maar wel laagdrempelig.

Kerkmuziek moet volgens Zwart onder andere gezamenlijk en samenbindend zijn. Dat wil zeggen dat de kerkmuziek moet functioneren voor het geheel van de gemeente. Maar omdat smaken en voorkeuren verschillen, zal iedereen moeten accepteren dat we niet naar de kerk gaan om onze favoriete muziek te horen. Thuis kan iedereen beluisteren wat hij mooi vindt, maar in de kerk moet muziek worden gebruikt die functioneert voor het individu het collectief. Dat betekent volgens mij dat we niet zozeer op zoek moeten gaan naar de grootste gemene deler van de smaak, maar naar de grootste gemene deler van de muzikale taal. Is er muziek die voor (bijna) iedereen werkt en die tegelijkertijd niet-controversieel is? Ik vermoed dat we dan nooit uitkomen bij de popmuziek, die weliswaar voor een meerderheid van de mensen vertrouwd in de oren klinkt, maar die veel sterker dan klassieke muziek voor popliefhebbers bij liefhebbers van klassieke muziek weerstand oproept.Daar komt bij dat klassieke muziek nog altijd nadrukkelijk aanwezig is in de samenleving breed gewaardeerd wordt. Er zijn talloze voorbeelden van klassieke muziek te bedenken die iedereen wel kent en mooi vindt, van Albinoni en Bach, tot Mozart, Verdi en Haendel. Als we zoeken naar een kerkmuziek die aansluit bij de muzikale taal van deze muziek (zeg maar: van barok tot romantiek), dan blijkt de muzikale taal van het brede middenvan de kerkmuziek, zoals gebundeld in het Liedboek voor de kerken, Gezangen voor Liturgie en Tussentijds, daar prima bij aan te sluiten.

Zwart concludeert: Ik zie dus weinig redenen om de gedurende eeuwen ontwikkelde en zich nog steeds ontwikkelende, rijke en gelouterde traditie van de traditionele kerkmuziek in te ruilen voor de in alle opzichten minder diepgravende en eenzijdig op de beleving gerichte cultuur van de religieuze popmuziek. Waarbij hij aantekent: Ik wil daarbij nadrukkelijk het misverstand vermijden dat ik alles bij het oude wil laten. Ik geloof er heilig in dat de vormgeving van het geloof en de gestalte van de kerk in rapport met de tijd moeten zijn en dat er dus, meegaand met de tijd, ontwikkeling moet zijn. Die is er ook,  in de klassieke kerkmuziek”.

Lees hier het complete artikel als PDF

Bron: Reformatorisch Dagblad 5 januari 2011

Trackback URI | Kommentare als RSS

Einen Kommentar schreiben